Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding

1. THE DOCTORAL SYSTEM

  • (2015) Stella Boeschoten, Charlotte van Hees, Kees Mulder, Sabine Waasdorp, Martijn Weekenstroo, The PhD in the Dutch Academic System, Science in Transition.
    The aim of this report is to evaluate the current role of a PhD candidate in academia, particularly regarding his career perspectives and to investigate whether there are differences between the different graduate schools. To achieve this, we conducted 26 inter-views with people in different faculties and different layers within university or con-nected to the university. Full text.
  • (2012) Beishuizen, J., Dolmans, D., van Driel, J., Wopereis, I., & van Merriënboer, J.. Het Interuniversitair Centrum voor Onderwijswetenschappen: terugblik en vooruitblik. Pedagogische Studiën89, 417-424.full text
  • (2010) Sonneveld, Hans, Doctoral Education in the Netherlands , 2010 – A brief history and a silent revolution. EUA- Council for Doctoral Education -News, December 2010 · ISSUE 10, 2-4. Text
  • (2009) Sonneveld, Hans & Anke Tigchelaar, Promovendi en het onderwijs. (IVLOS/Expertisecentrum Graduate Schools UU / Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding). Text
  • (2009) Van Merriënboer, J., Wopereis, I., Bosker, R., Creemers, B., de Jong, T., Scheerens, J., & Simons, P. R. J. 20 jaar Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek: Een retrospectiefPedagogische Studiën86, 474-481. full text
  • (2007) Bartelse, Jeroen & Heinze Oost en Hans Sonneveld Doctoral education in the Netherlands (in: The Doctorate Worldwide, edited by Stuart Powell & Howard Green, 2007, McGraw Hill).
  • (2005) Sonneveld, Hans & Heinze Oost, Buitenlandse beoordelaars over de kwaliteit en meerwaarde van de Nederlandse onderzoekscholen. Een analyse Van Peer Review Committee rapporten. [Text]

  • (2006) Sonneveld, Hans & Heinze Oost, Het promotiesucces van de Nederlandse onderzoekscholen. Afsluiting van een drieluik. [Text]

  • (2006) Sonneveld, Hans & Heinze Oost, Foreign peer reviewers about the quality and added value of Dutch research schools. An analysis of Peer Review Committee reports. [Text]

  • (2006) Oost, Heinze & Hans Sonneveld, PhD Success and Quality of Graduate and Research Schools in the Netherlands. Summary of three research projects. [Text]

  • (1997) Sonneveld, Hans, Promotoren, promovendi en de academische selectie. De collectivisering van het Nederlandse promotiestelsel. [Informatie] en [Text]

 

2. THE SUPERVISION OF PhD CANDIDATES

  • (2015) Hans Sonneveld. Supervision in Europe. To further innovate or to consolidate, that’s the question. Text of presentation at the EUA Council for Doctoral Education Annual Meeting, 18 - 19 June 2015 at theTechnical University Munich in Germany. Full text.
  • (2014) Hans Sonneveld (ed.) & EEMCS supervisors, Supervisors at work! Guidance of PhD candidates at the Graduate School of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science (TU Delft). Graduate School EEMCS, October 2014.
    The Graduate School EEMCS wants to get more insight in the way supervisors act when guiding PhD candidates. For that PhD supervisors were consulted. They were asked to give advice to an imaginary new colleague. Besides, eight principal PhD supervisors have been interviewed. The results of both of these exercises have been brought together in this publication. For conveying the different views, we chose for a narrative style in which the reader is addressed by an experienced supervisor. Full text.
  • (2011) Verslag van Werkconferentie promovendi begeleiding 20 januari 2011. Georganiseerd in samenwerking tussen Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Utrecht, TU Delft.
    Deze bijeenkomst had tot doel plannen te ontwikkelen voor de ondersteuning van startende en ervaren begeleiders bij het begeleiden van hun promovendi. Beoogd werd omt te komen tot een uitgewerkt programma dat tevens als advies zou kunnen worden ingebracht in de bestuurlijke circuits van de drie universiteiten (Universiteit Utrecht, Vrije Universiteit Amsterdam en TU Delft).
    Deze bijeenkomst was een historisch moment. Historisch omdat de drie universiteiten samen tot dit initiatief kwamen. De laatste keer dat dit gebeurde was tijdens de ontwikkeling van een standaard voor BKO (Basis Kwalificatie Onderwijs) trajecten. En historisch omdat zich in dit gezelschap zowel begeleiders als promovendi bevonden als ook personen die ervaring hebben met het geven van trainingen aan begeleiders. Samen gingen zij in gesprek gaan over de kwaliteit van de begeleiding. Voor een uitgebreid verslag van deze conferentie leze men het verslag.
  • (2009) Sonneveld, Hans, Monitoring PhD Supervision Quality. The Dutch way. [Inleiding tijdens EUA-CDE Workshop “Enhancing of Supervision: Professional Development and Assessment of Supervisors” held at Imperial College in London, 8-9 January 2009). Text

  • (2009) Sonneveld, Hans, & Isabelle Duyvesteyn, Oscar Gelderblom, José de Kruif, Sandra Ponzanesi, Els Rose, Els Stronks, Handleiding voor promovendibegeleiders (OGC/PromotieCentrum). Text

  • (2008) Scager, Karin & Hans Sonneveld, De kwaliteit van de Promotiebegeleiding bij het Onderzoeksinstituut Geschiedenis en Cultuur. Evaluatierapport.( IVLOS / Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding). Text

 

3. COMPLETION RATES AND TIME TO DEGREE

  • (2013) Rens van de Schoot, Mara A.Yerkes, Jolien M.Mouw, Hans Sonneveld, What Took Them So Long? Explaining PhD Delays among Doctoral Candidates, PLoS ONE 8(7), July 23, 2013.
    A delay in PhD completion, while likely undesirable for PhD candidates, can also be detrimental to universities if and when PhD delay leads to attrition/termination. Termination of the PhD trajectory can lead to individual stress, a loss of valuable time and resources invested in the candidate and can also mean a loss of competitive advantage. Using data from two studies of doctoral candidates in the Netherlands, we take a closer look at PhD duration and delay in doctoral completion.
    Specifically, we address the question: Is it possible to predict which PhD candidates will experience delays in the completion of their doctorate degree? If so, it might be possible to take steps to shorten or even prevent delay, thereby helping to enhance university competitiveness. Moreover, we discuss practical do’s and don’ts for universities and graduate schools to minimize delays. Full text
  • (2011) Schoot, Rens v.d.& Sonneveld, Hans & Lockhorst, Ditte, Het lot van promotieprojecten. Rendement van MaGW / NWO-subsidies, De Psycholoog, April 2011, 11-18.
    In this article we present the results of a research on the returns of the subsidies by NWO (the Netherlands Organization for Scientific Research) for doctoral research in the Netherlands. Remarkably enough, empirical studies on this issue haven’t been conducted until now, even though there can be important financial consequences in case of failures. In this study the returns of doctoral research’ grants for the social sciences are presented. The subsidy return is on average 83%. The qualitative analyses of the files shows differences between types of programmes and between the disciplines. Moreover, personal files of the recipients of the subsidy whose Ph D trajectories were delayed or aborted were analyzed. We report on completion rates and causes for delay or abortion of Ph D projects.Text of article
  • (2005) Oost, Heinze & Hans Sonneveld, Rendement en duur van promoties in de Nederlandse onderzoekscholen. [Text]

 

4. GENDER AND DOCTORAL STUDIES

  • (2012) Yerkes, Mara, & Schoot, Rens v.d. & Sonneveld, Hans Gendereongelijkheid in het Nederlandse promotiestelsel [ Gender unequality in the Dutch doctoral system], Tijdschrift voor Genderstudies, Jaargang 15, 2012/3.
    Ondanks de toename van vrouwen op de arbeidsmarkt in de meeste westerse landen is er nog steeds sprake van blijvend gender ongelijkheid in termen van arbeidsmarktparticipatie, lonen en beroepssegregatie. Vrouwen zien we verhoudingsgewijs vaker in het deeltijdwerk en het ‘precaire’ werk, zoals tijdelijke contracten, oproepkrachten of anderszins onzekere arbeidsomstandigheden. Hoewel de verschillen tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt in ruime mate zijn onderzocht, weten we veel minder over de mate van genderverschillen qua arbeidsmarkt posities op het hoogste niveau. Daarom worden in dit artikel zowel de genderverschillen in het promotiestelsel als die qua arbeidsmarktposities van gepromoveerden verkend. Full text

 

5. PhD CANDIDATES ABOUT THEIR DOCTORAL ENVIRONMENT

  • (2011) Promovendimonitor Universiteit Utrecht
    Negen jaar geleden vroeg de Universiteit Utrecht haar promovendi om een oordeel over een aantal aspecten van hun promotietraject. Lagen ze op schema, welke steun kregen internationale studenten bij hun overkomst naar Utrecht, waren ze tevreden over de cursussen, hun begeleiding, de faciliteiten en de support bij de overgang naar de arbeidsmarkt die volgt op de verdediging van hun proefschrift. Negen jaar later wordt voor de tweede keer een onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de promovendi over hun promotiesituatie. Deze samenvatting (klik hier) bevat de voornaamste conclusies en aanbevelingen van de promovendimonitor 2011. Het volledige rapport wordt in januari gepubliceerd op de website van de Universiteit Utrecht. Full text
  • (2007) Hans Sonneveld, ARCHON 3.91. Oordelen van promovendi in de archeologie over de promotieopleiding. Text

 

6. PhD CANDIDATES, CAREER AND LABOUR MARKET

  • (2016) Cathelijn J. F. Waaijer • Rosalie Belder • Hans Sonneveld • Cornelis A. van Bochove • Inge C. M. van der Weijden: Temporary contracts: effect on job satisfaction and personal lives of recent PhD graduates. In this study, we assess the effects of temporary employment on job satisfaction and the personal lives of recent PhD graduates. Compared to PhDs employed on a permanent contract, PhDs on a temporary contract are less satis?ed with their terms of employment, especially if they have no prospect of permanence. Temporary contracts with no prospect of permanence also decrease satisfaction with job content. Conversely, self-employment increases satisfaction with job content. Educational level required for the job also in?uences job satisfaction to a large degree: working below PhD level negatively affects job satisfaction. Finally, the type of contract affects different aspects of the personal lives of PhDs, such as the ability to obtain a mortgage, the stability of family life, and the possibility to start a family. Text: 2016 Temporary contracts Waaijer etc. Interview about this research, page 13 Research Europe.
  • (2014) Marije de Goede, Rosalie Belder, Jos de Jonge, Promoveren in Nederland. Motivatie en loopbaanverwachtingen van promovendi. Rathenau Instituu.
    In dit rapport staan de resultaten beschreven van het onderzoek onder promovendi dat het Rathenau Instituut heeft gedaan in samenwerking met het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). Doelstelling van dit onderzoek was om een idee te krijgen van de kwaliteit van promotietrajecten, de carrièreplanning van promovendi en de begeleiding van de promotoren hierbij. Ruim 2.500 promovendi hebben een online vragenlijst beantwoord over onder andere hun promotiedoelen, begeleiding en loopbaanperspectieven. Full text.
  • (2014) Pleun van Arensbergen, Talent Proof. Selection processes in research funding and careers. Dissertation, Free University of Amsterdam, published by Rathenau Instsituut.
    The research questions of this study, ‘What is academic talent and how is it selected?’ aim to create a better understanding of the process of talent selection within academia, especially in the context of grant allocation.
    Key results of this study address the criteria used in talent assessment and more specifically the weight assigned to publications; the social and competitive nature of grant allocation processes; the role of gender in talent selection and gender differences in academic performance; and factors supporting or impeding academic careers.
    This study feeds current debates on scientific quality and the growing competition for funding and academic positions with empirical arguments. It refl ects on the existing mechanisms of talent selection and ends with a discussion on the implications for higher education and science policyto uphold and stimulate academic talent. Full text.
  • (2012) Schoot, Rens v.d. & Sonneveld, Hans & Kroon, Anja, Mobiliteitsonderzoek Vernieuwingsimpuls-laureaten (NWO) (Afdeling Methode&Statistiek Universiteit Utrecht; Centrum voor Onderwijs en Leren, Universiteit Utrecht; NWO).
    In 2011 besloot NWO onderzoek te laten doen naar de wetenschappers die een subsidie ontvingen in het kader van de zogenoemde VernieuwingsImpuls (VI). Het gaat daarbij om de drie typen subsidies die wij kennen onder de noemers VENI, VIDI en VICI. Drie vragen staan in het onderzoek centraal:
  • (1) Wie zijn de ontvangers van een VernieuwingsImpuls subsidie?
    (2) Welke rol speelt de VernieuwingsImpuls in de mobiliteit van wetenschappers?
    (3) Welke rol spelen geslacht, leeftijd, wetenschapsgebied, jaar van behalen van de VernieuwingsImpuls subsidie en het type subsidie in de (internationale) mobiliteit van VernieuwingsImpuls subsidie-ontvangers? Het onderzoek betreft de laureaten die in de jaren 2002, 2003, 2008 en 2009 bij NWO een VENI, en/of VIDI en/of VICI Vernieuwingsimpuls (VI) subsidieaanvraag gehonoreerd zagen. Full text

  • (2010) Sonneveld, Hans&Yerkes, Mara&Schoot, Rens v.d., Ph.D. Trajectories and Labour Market Mobility. A Survey of Recent Doctoral Recipients at Four Universities in the Netherlands, (Utrecht: Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding / IVLOS).
    This report is a summary and analysis of the Ph.D. trajectories and employment outcomes of recent Dutch Ph.D. recipients at four universities in the Netherlands in 2008-2009. The study provides detailed information on the background of Ph.D. candidates, their Ph.D. trajectory, including supervision and the performance of Ph.D. candidates, as well as their initial employment after obtaining their Ph.D. Ph.D. Labourmarket Final 4 11 2010
  • (2004) Brouns, M., R. Bosman & I. v. Lamoen. Een kwestie van kwaliteit. Loopbanen van cum laude gepromoveerde vrouwen en mannen. Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.
    Abstract. Cum laude gepromoveerde vrouwen vormen een uitnemende groep om de werking van het criterium ‘gelijke bekwaamheid’ te toetsen. Biedt het predikaat ‘cum laude’ bescherming voor eventuele sekse-effecten in de loopbaan? Anders gezegd: bestaan er bij deze hoogopgeleide mannen en vrouwen nog verschillen in loopbanen vanaf het moment dat zij hun promotie hebben behaald? Maakt het uit in welke discipline de promotie plaatsvond, of in welke periode (bij welke arbeidsmarkteffecten?) Wat is het effect van het predikaat cum laude op de arbeidsmarkt in vergelijking met een ‘gewone’ promotie en is dit effect hetzelfde voor mannen als voor vrouwen?En mochten er verschillen bestaan tussen de loopbanen van cum laude gepromoveerde mannen en vrouwen, wat is dan de verklaring voor deze verschillen?
    Text I en Text II

 

7. SPECIFIC CATEGORIES OF PhD CANDIDATES

  • (2013) Ellen Sjoer, External PhD Candidates: drivers of innovation, 41st SEFI Conference, 16-20 September 2013, Leuven, Belgium.
    Many institutes for higher education maintain good contacts with business and governmental organisations. It is from these contacts that professors regularly recruit talented candidates for a PhD project. These so-called 'external PhD candidates' remain stationed elsewhere, and they are granted (part-time) leave for a PhD programme from their company or do their research unpaid and in their own time. However, what sounds appealing in theory is not so easy in practice. Not only is the time available for research a problem for external candidates, but they spend a relatively large amount of time learning to do research (searching for literature, formulating research questions, selecting research methods etcetera). For this reason, a series of interviews are held with supervisors, external PhD candidates and companies in order to recognise the specific needs of each party and be able to (co-)design a tailor-made PhD programme. In this paper, the results of the interviews with the external PhD candidates are discussed. Full text
  • (2010) Hello, Evelyn & Sonneveld, Hans, Promotietrajecten van duale en buiten-promovendi, (Utrecht: Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding / IVLOS).
    Verslag van een onderzoek naar verschillende aspecten van het promoveren door duale en buitenpromovendi. Met o.a. aandacht voor: hun tijdsinvesteringen, duur van het promotietraject, de begeleiding, de totstandkoming van het promotieplan. Gebaseerd op enquête onder promovendi en interviews met hun begeleiders.Text

8. DISSERTATION QUALITIES

  • (1997) Zwaan, Ton. Proeven van bekwaamheid. De dissertaties van de Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek, 1987-1997. Amsterdam, ASSR.
    Abstract.Het eerste deel bestaat uit een opstel van de auteur waarin vijfenveertig dissertaties vanuit verschillende gezichtspunten de revue passeren. De School kan in strikte zin niet beschouwd worden als een paradigma-gemeenschap, maar heeft wel een serie typerende kenmerken en kent een aantal in ruime kring gedeelde affiniteiten. In een aantal van de meest geslaagde dissertaties wordt een perspectief van grote reikwijdte, soms van mondiale proporties, gehanteerd. De dominante stijl van sociale wetenschap kan getypeerd worden als realistisch, weinig abstract, historiserend en vergelijkend. Het klimaat en de algemene intellectuele oriëntatie zijn in hoge mate internationaal. Wetenschapsfilosofisch overheerst een zekere scepsis ten aanzien van sciëntistische visies in de sociale wetenschap en gaat de voorkeur uit naar een combinatie van interpretatieve en historisch-comparatieve visies.
    Het tweede deel van de publicatie bestaat uit een geannoteerde bibliografie van alle dissertaties, alfabetisch op auteursnaam gerangschikt. Van elk boek heeft Ton Zwaan in een paar honderd woorden het onderwerp en de probleemstelling, het theoretisch perspectief, de gebruikte onderzoekstechniek en een samenvatting van de inhoud genoteerd.
    Text

 

9. ADVICES FOR PhD CANDIDATES

  • (2013) Herman Lelieveldt, Promoveren. Een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper. Amsterdam University Press, Amsterdam 2013.
    6e, volledig herziene druk. Hoofdstukken over: Kiezen voor de wetenschap, Starten op de universiteit, Planning, Praten met de stof, Praten met anderen, Werk presenteren, Vastzitten, pauzeren en doorgaan, Promoveren, Wetenschappelijke integriteit.
  • (2009) Aper, L. e.a., Brief aan een startende promovendus. ( Medisch-Onderwijskundig Promovendi Netwerk / Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding).Text
  • (2002) Oost, Heinze & M. Brekelmans, P. Swanborn en G. Westhoff, Naar een didactiek van de probleemstelling. [Text]