PNN Survey 2020

Intro

Here you can find all reports based on the PNN PhD Survey 2020. These reports provide insights in the employment conditions and the wellbeing of PhDs in the Netherlands. This survey was the first to investigate PhDs in the Netherlands on a national level.

Topics 

Survey information, Demographics and COVID-19
Wellbeing
Contract characteristics
Supervision and freedom
Non-standard PhD arrangements
Workplace malpractices
Teaching
Collective Labor Agreement
International PhDs
Open Science,  Recognition and rewards, Career

Text

Graduate Spirit

Graduate SPIRIT is an EU Erasmus+ funded project. The participating partners are nine European graduate schools with a similar profile, among which the Erasmus University Rotterdam (project coordinator).

The project will provide an inventory of best practices in graduate schools with respect to PhD candidates, staff, curriculum and organisation. In addition, the project will test a number of innovations regarding international, interdisciplinary and intersectoral doctoral training. https://www.gradspirit.eu/

New publication: Tips and Tricks.

This report is envisioned as a tool to help European graduate schools, staff members, and doctoral students find examples of activities carried out by the project’s consortium partners and study their approaches to foster Triple-I doctoral education. As such, the report gives an overview of best-practices in the field of social sciences and the humanities. Additionally, the collected trips & tricks of the best practices have been transformed into an interactive toolbox, which will be made available on this website in October. https://www.gradspirit.eu/new-publication-tips-and-tricks/

Supervision quality – Zürich University

Sonneveld, H. 2017/2020. Supervision quality at the Graduate School in Geography and Earth System Science University of Zurich. Zürich, Switzerland: Graduate School in Geography and Earth System Science.

This report deals with the evaluation by the PhD candidates of the Graduate School of the doctoral working conditions, with a focus on the supervision quality. Most important findings do concern: expected time to degree, role of teaching during the PhD trajectory, composition of the supervision committee, frequency of meetings with the committee, function of the written supervision agreement, appreciation of the primary supervision, qualities of the supervision the candidates are missing.

PhD survey Zürich 2020

 

Managing change in doctoral education

Slaven Mihaljević, Managing and Leading Change in Higher Education Institutions: The Example of Doctoral Education. Zagreb University, 2019, doctoral thesis.

The aim of the research

Investigating the process of changes in doctoral education at selected European universities and identifying the main factors influencing the results. Multiple case studies  as regards the modernization of doctoral education have been conducted  at four public universities, in Slovenia, Austria, Portugal and Montenegro. The external environment, and the internal organizational culture and structure had a profound impact on the scope, goals, duration and effectiveness of methods used during the process of modernizing doctoral education.

KEYWORDS: Doctoral education; change; change agents; Burke–Litwin model; change management.

Doktorat_Slaven Mihaljević_FINAL

Bestuur

Voorzitster van het bestuur  (vanaf Maart 2020)

  • Inge van der Weiden. Senior researcher, lecturer and PhD coordinator Center for Science and Technology Studies (CWTS), University of Leiden.

Leden van het bestuur (vanaf Maart 2020)

  • Gab van Winkel. Researcher and adviser on doctoral education. Division: Corporate Strategy & Accounts, Subdivision Dean of Research Office. Wageningen University.
  • Linda Martens. Policy officer research. Tilburg Law School, Tilburg University.
  • Hannerieke van der Boom. FHML Policy Advisor PhD Affairs, PhD TRACK coordinator & CAPHRI PhD coordinator. Maastricht University.
  • Paul van Dijk. Director Twente Graduate School. University of Twente.
  • Hans Sonneveld. Advisor and researcher with regard to doctoral programs. Former president of the board.

Professionalisering van promovendibegeleiding

Vrijdag 20 september 2019 organiseerde het Nederlands Expertise Centrum voor de Promotieopleiding (NECPO) in Tilburg een discussiebijeenkomst over de professionalisering van de promotieopleiding. 37 collega’s met leidinggevende functies in de organisatie van het promoveren aan 13 Nederlandse universiteiten waren aanwezig. Ook promovendi waren vertegenwoordigd.

Inleidingen

De bijeenkomst startte met een inleiding door de voorzitter van het NECPO, Hans Sonneveld (Stellingen HS). Daarna presenteerden Hannerieke van der Boom (Maastricht University, Presentatie HvdB) en Joris Veenhoven (Universiteit Utrecht, Presentatie JV) hun ervaringen met respectievelijk de ontwikkeling van een programma voorpromovendibegeleiders en de uitvoering daarvan.

Eisen aan trainingen

De deelnemers gingen daarna uiteen in drie subgroepen. Zij bespraken de eisen die aan programma’s voor begeleiders gesteld zouden moeten worden. Uitkomsten werden vervolgens plenair gepresenteerd. Daarna presenteerde promovenda Annemarie Balvert (Presentatie AB) namens de PhD council Tilburg Law School een reflectie. Tenslotte trokken de deelnemers enkele voorzichtige conclusies wat betreft de wenselijkheid van een programma voor promovendibegeleiders en de organisatorische randvoorwaarden daarvoor.

Verslag bijeenkomst

 

Professionalisering promotiebegeleiding – bijeenkomst

Het Nederlands Expertise Centrum voor de Promotieopleiding (NECPO) organiseert op vrijdag 20 september 2019 aan de Universiteit Tilburg een bijeenkomst. Onderwerp: uitwisseling van ervaringen met het professionaliseren van de promovendibegeleiding. We zullen daarom onder meer de bestaande programma’s vergelijken.

Vragen

Enkele vragen die we in dit verband willen behandelen zijn de volgende. Geven oordelen van promovendi over hun begeleiding aanleiding om tot ondersteuning van de promovendibegeleiders over te gaan? Welke onderwerpen moeten deel uitmaken van de programma’s? Wat is qua tijd een realistische opzet? Wie moeten deze programma’s verzorgen en hoe kunnen we vaststellen of ze effect hebben?

Inschrijving

De inschrijving voor de bijeenkomst is gesloten.

Meetings Doctoral Project – a manual

Intro
Doing a PhD is a collaboration. Central to this is the PhD candidate, but many other people are involved too. They collaborate with the PhD candidate in order to make it as
successful as possible: supervisors, PhD mentors, and representatives
of the departments and Graduate School. The manual describes the Doctoral Project Meetings of all parties involved.

Meetings
Throughout the PhD process, the collaboration includes a number of milestones; the mandatory progress meetings. These serve to facilitate and document the research
progress. The meetings are the place to explain things, make plans and evaluate results. Depending on the type of meeting, different people collaborating in a PhD process are involved.

Manual describing the meetings
This manual of the Delft Graduate school of Industrial Design Engineering describes who is present at which meeting, and explains who does what before, during, and after each meeting. And why. In the first year, five meetings serve to ensure that the PhD project gets a strong definition and gets off to a good start. In the later years up to the doctoral defense, there is a yearly progress meeting where the candidate gets feedback on the development of his skills. IDE GS Meeting Manual Sept 2018

Verslag Workshop Ondersteuning Buitenpromovendi

Vrijdagmiddag 12 oktober 2018 vond in Leiden de Workshop Ondersteuning Buitenpromovendi plaats. Deze workshop werd georganiseerd door het Nederlands Expertise Centrum voor de Promotieopleiding (NECPO) en het Dual PhD Centre.

@Foto: H. de Winter

Na de openingswoorden van dagvoorzitter Hans Sonneveld nam Pieter Slaman (Dual PhD Centre) het woord om te vertellen over de mogelijkheden die het centrum biedt aan buitenpromovendi. Om de slagingskansen van de duale en buitenpromovendi te verbeteren is er vanuit het Dual PhD Centre een speciaal ondersteuningsprogramma ontworpen. De buitenpromovendus wordt begeleid bij de ontwikkeling van het onderzoeksvoorstel, scholing, de haalbaarheid, de toepasbaarheid en de financiering van het promotieonderzoek. Presentatie_Pieter Slaman
Buitenpromovendi Anita van der Hulst en Jos de Jong deelden hun ervaringen over het volbrengen van het promotietraject.
Vervolgens lichtte Inge van der Weijden (NECPO en CWTS, Universiteit Leiden) het onderzoek naar de belevingen van buitenpromovendi toe. De deelnemers konden via hun smartphone stemmen op verschillende stellingen.Presentatie Inge van der Weijden

Na de pauze konden de deelnemers kiezen uit vier verschillende parallelle workshops:- – Kerstin van Tiggelen, Expertise Centrum Buitenpromovendi, Presentatie Kerstin van Tiggelen
Patty Leijten, Research Institute Child Development and Education, UvA
Menno Fenger, Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB)
Heleen van Luijn, Nederlands Instituut voor Onderzoek en Promotie-begeleiding, Presentatie Heleen van Luijn

Na 45 informatieve minuten kwamen de vier groepen opnieuw bij elkaar om de uitkomsten van de workshops met elkaar te delen. Opvallend was dat alle deelnemers het erover eens waren dat universiteiten meer aandacht moeten hebben voor hun buitenpromovendi.
De workshop werd afgesloten met een panel met drie werkgevers waar momenteel buitenpromovendi werkzaam zijn. In het panel namen Caroline Hamm (Ministerie van Defensie), Peter Edelman (Berenschot) en Daniël Meijer (Gemeente Leiden) plaats om de vragen onder begeleiding van Hans Sonneveld te beantwoorden.

@Foto: H. de Winter

Tot slot. Deze bijeenkomst zorgde voor meer bewustzijn van de behoeften van buitenpromovendi binnen de universiteiten. Daarnaast leverde het een schat aan informatie op over de kenmerken van het promoveren als duale of externe promovendus. Heel veel vragen  zoals ‘hoeveel beginnen er, hoeveel maken het af’, ‘verschillen hun dissertaties in kwalitatief opzicht van die van full time promovendi’ en ‘beschikken zij en hun begeleiders over meer vrijheid bij de keuze van het onderwerp’ zijn echter nog onbeantwoord, en vragen om meer grootschalig onderzoek. Zie voor een wat uitgebreider verslag Verslag Buitenpromovendi